Hoofdmenu
Arhus
Afgemeerd in Arhus besloot ik om het pak even te luchten. In m’n uppie wandelde ik richting stad met de bedoeling om even een biertje te kopen. Onderweg zag ik een stel op de stoep vóór de kroeg zitten, zo muf als een aap. Op de vraag of alles kits was behind the zipper boden ze mij een drankje aan, waar ik uiteraard geen nee tegen zei. Enige bieren later stelde ik voor om bij mij aan boord verder te gaan. Eenmaal aan boord begon de mannelijke helft amok te maken met de muts die hij bij zich had. Toen ik hem duidelijk maakte dat ie z’n klotekop moest houden, stond-
Nog geen twee bier later werden we opgeschrikt door een onbekend kabaal. Boem, boem, boem!! Daar kwam Appie König aan boord, met een enorm groot en dik mokkel met enorme tieten. Toen hij de longroom passeerde, staken er drie koppen boven elkaar door het gordijn naar buiten. ‘Ja, en ze heeft ook nog een glazen oog’, riep Ap terwijl hij met zijn meisje het verblijf binnen stapte. We wisten niet wat we zagen toen die enorme vleesmassa probeerde om d’r dikke reet tussen de leuningen van een stoel te wringen. En zij natuurlijk óók niet, omdat die andere muts er nog steeds in d’r blote hol bij zat. ‘Godverdomme, waar heb jij dat waterbed opgedoken?’ ‘Is het geen plaatje?’ Ondertussen gaf mijn zigeunerinnetje te kennen dat ze nog wel een keer ‘gesnoten’ wilde worden. Dit was geen enkel probleem. We zijn tenslotte jongens van Jan de Wit. Terwijl we ons terugtrokken op mijn tampatje, ramde ik ’m er nog eens lekker in. Het ontging mij echter dat het waterbed van Ap telkens achter m’n kooigordijntje zat te gluren en van het tafereel verschrikkelijk geil werd. En als ik mezelf niet bij de manschappen had uitgenodigd voor een biertje, dan had ik er nog een keer aan moeten geloven. De koorts voor die driezitsbank, ik had effe genoeg. Naarmate de tijd verstreek en er meer drank in ’t lichaam kwam, vond ik het wel weer tijd worden om naar m’n eigen stekkie terug te gaan. Eerst nog even wat oud bier wegbrengen. Toen ik het toilet binnenstapte, zat daar het waterbed van Ap op d’r gemak te pissen, met een enorme gifgroene pendek (onderbroek) op d’r hielen. Het boeide haar totaal niet dat ik er was en zo werd nogmaals van de nood een deugd gemaakt toen ik vóór haar ging staan en uitpakte. Zo werd ik tijdens het kletteren en spetteren, want ze piste gewoon door, nog even lekker gepijpt. Alles heeft zo zijn charme. Zaterdagmiddag besloot ik het eens rustig te houden. Maar mijn besluit werd ook dit keer niet geëerbiedigd. Mijn middagrust werd wreed verstoord door Rouke de Hoop, de bootsman van de Alkmaar, die met het waterbed van Ap mijn hut binnenkwam. Wat hij haar precies had verteld weet ik nog steeds niet, maar vol afgrijzen moest ik toezien hoe ze zich van haar lorren ontdeed en zich in d’r vette blote hol naast me in mijn treurzak perste. Heel de rits naar de klote, en of ik wilde of niet, ik moest eraan geloven. ‘Dit vergeef ik je nooit, De Hoop!’ Ze had enorm grote dikke nippels en gaf wel aan wat ze prettig vond. Ik moest er keihard in knijpen en ze ging te keer als een hangbuikzwijn. En toen ze als klap op de fuckin’ vuurpijl bovenop me kroop, scheurde de rits van mijn treurzak helemaal tot onderaan. Op een gegeven ogenblik ging de deur open en stapte Sandra Vlasveld naar binnen met één of andere eikel wie ze het schip wel even zou laten zien. Jezus, dat had ík weer, en zo was ook onder de vrouwelijk adelborsten mijn goede naam naar de kloten dacht ik. Maar dat viel achteraf reuze mee, omdat Sandra blijkbaar haar mond dichthield. Want om de proef op de som te nemen nodigde ik Nicolientje op een avond uit om bij mij aan boord, onder het genot van een drankje, eens een goed gesprek te hebben. Toen gaf ze voor een goed verstaander al aan dat de marine voor haar toch niet was wat ze zich ervan had voorgesteld. Heel jammer, want ik had haar heel graag nog eens ontmoet. Als herinnering aan haar marinetijd heb ik haar een bootsmanfluit met inscriptie gegeven. Nicoline en Jeanette zijn wel de twee meisjes die in mijn levendige herinnering zijn blijven voortleven.
29 mei
We lagen met het gehele flottielje ten anker, teneinde mijn verjaardag te vieren. Peter van der Oest, één der begeleidende officieren, had met alle adelborsten, male en female, een verjaardagslied ingestudeerd. Het werd gezongen op de wijs van ‘In een groen (4x) knollen (2x) land.’ Van de overste (baas) Notten, overigens de enige die met baas betiteld werd aangezien alleen een hond een baas heeft, kreeg ik een stropdas, geknoopt en wel. Want dat knopen lukte mij volgens hem toch niet. En verder kreeg ik van de rest van de schepen, waarvan de nautische onderofficieren allemaal per rubberjacht naar de Woerden toe kwamen, de meest nuttige en uiteenlopende cadeaus, zoals whisky, jenever, korenwijn en nog meer van die zalfjes om de lever aan het werk te houden. Zoals reeds eerder vermeld, voerde de Woerden bij bijzondere gelegenheden de love-
Vink
Het HTD (Hoofd Technische Dienst) klaagde ’s morgens zijn nood over één van zijn machinisten, omdat daar volgens hem iets mee aan de hand was. Na aanvang werkzaamheden riep ik machinist Vink in mijn hut en vroeg hem of hij even twee bakken koffie wilde halen. ‘Ga zitten, Vink, en vertel wat je op je lever hebt.’ ‘Niks bootsman, hoezo?’ ‘Niet ouwehoeren, Vink, de sergeant lult niet uit z’n nek, dus voor de dag ermee.’ ‘Er is echt niks, bootsman!” Toen ik Vink eens scherp aankeek, sloeg hij zijn ogen neer en zei met zachte stem en een kop als vuur: ‘Ik heb geneukt!’ ‘Jezus, Vink, dat meen je niet!’ ‘Ja, bootsman, echt waar.’ ‘En nu?’ ‘Ik weet het niet, ik heb er zo’n spijt van!’ ‘Waarvan, Vink?’ ‘Ik weet niet meer of ik wel een condoom heb gebruikt.’ ‘Ik wou dat je ouwe heer dat had gedaan, dan hadden we dit gelul nu niet gehad.’ ‘Zal ik je eens een geheim vertellen, Vink? De bootsman heeft altijd spijt als hij níet geneukt heeft. En wat dat condoom betreft, wie het kind krijgt mag het houden. En bedenk daarbij dat je ook geen biefstuk vreet met een plastic zak om je tong. En nu aan je werk en met wat meer enthousiasme graag, want ik wil geen klachten meer van het HTD, duidelijk?’ ‘Ja, bootsman.’
En zo was er binnen tien minuten weer een sociaal probleem opgelost. Het gevolg van mijn wijze les was dat machinist Vink er niet meer ‘vanaf’ te branden was. Ik was namelijk vergeten om hem te waarschuwen dat z’n pik langer mee moest dan de adelborstenkruisreis.
Stockholm
Na een week van oefenen, zowel op zeemanschappelijk als op scheeps-
Die moest toch wel populairder zijn dan de paus. Eenmaal aan boord terug werden de nodige dienstzaken uitgewisseld en daarna stond de rest van het weekend in het kader van het weerzien van onze ouwe. Ook werd de tekst op de stickers weer veranderd in: ‘Wij van Van Dijk geven de kijk.’ Zondagmorgen werd er op één der schepen een kerkdienst gehouden, die ook door de Nederlanders in Stockholm bijgewoond kon worden. Eén van onze jongste officieren, Sleeswijk Visser, kwam aan boord met een dame van de ambassade. Ze had een figuur als een strijkplank. Lang, dun en of ze lekker was dat zouden we aan Tjaako zelf moeten vragen. Iedereen stond een beetje lullig te kijken toen Tjaako met die panlat aan boord kwam. Het hek was helemáál van de dam toen-
Arendal
Een hartstikke leuke haven. Mooie (naakt)stranden, waar de één wel en de ander niet in z’n blote reet liep. De zwembroekdragers werden ervan beticht dat ze een kleintje hadden en zij die in hun blote togus liepen waren exhibitionisten, die graag hun pik lieten zien. ’s Middags twee kanjers meegenomen aan boord. De één bleef in het cafetaria bij de manschappen hangen, terwijl de ander mij vergezelde naar het onderofficiersverblijf. Ze bleef gezellig eten en toen iedereen de wal op ging heb ik toch maar een poging ondernomen om haar m’n treurzak in te lullen. Dat ging niet echt van een leien dakje. Godverdomme, mijn hele trukendoos heb ik ervoor moeten omkeren eer ik haar eindelijk in d’r blote reet had. Na afloop van dit toch wel zeer aangename samenzijn heb ik een taxi voor haar gebeld, betaald en haar naar huis laten brengen. Het regende hard en ik wilde niet dat ze ook van buiten nat zou worden; dat was ze van binnen al genoeg. De volgende morgen moest ik bij die ouwe komen. Hij deelde mij mee dat hij het onder geen beding zou accepteren dat er ’s nachts mutsen aan boord zouden blijven slapen. ‘Commandant, denkt u werkelijk dat zoiets hier aan boord gebeurt?’ Ik verzekerde hem dat alleen de gedachte al absurd en banaal was. Hij stelde mij dan ook volledig verantwoordelijk voor eventuele ongeregeldheden. Maar net zomin als wanneer die ouwe lag te slapen, was het ook voor mij niet mogelijk om één en ander te controleren. Sterker nog, het boeide mij voor geen meter. Laat de mannen maar lekker neuken, des te beter blijft de stemming. Die ouwe heeft vóór het lezen van dit boek nooit geweten dat er in elke haven in bijna elke kooi twee personen lagen. ‘Sorry Jacques, één kuthaar trekt harder dan twaalf paarden en geilheid is als honger, dat komt vanzelf en dat moet gestild worden.’
De boys gingen de wal op en waren van mening dat de fontein een grondige schoonmaakbeurt nodig had. Maar in plaats van luiwagens en bezems werd er een doos van tien kilo waspoeder meegenomen. Je kunt je voorstellen dat het succes verzekerd was: niet alleen de fontein, maar ook de gehele straat en de omgeving hadden alles weg van een besneeuwde vlakte. Het scheen dat de plaatselijke autoriteiten hier niet zo blij mee waren, met als gevolg het arresteren van de daders. Baas Notten was de volgende dag zeer ontstemd over dit verregaande wangedrag van de bemanning van de Woerden. Ik zeg met name ‘de bemanning’, omdat de Woerden het altijd gedaan had. Stond er iemand buitenboord te pissen, dan stond de Woerden buitenboord te pissen. Commandant Van Dijk kreeg de opdracht van overste Notten om de daders zeer zwaar te straffen. En dat deed-
Funny steampast
’s Maandags weer naar zee voor de nodige oefeningen, terwijl er druk gebabbeld werd over de op handen zijnde ‘funny steampast’Elk schip bedacht iets origineels met zijn bemanning, waarna alle schepen in kiellinie gingen varen. Op het stafschip, de Alkmaar, bevond zich de jury, te weten de overste (baas) Notten en de LTZ Van der Oest.
Het achterste schip passeerde met zijn stuurboordzijde de rest van de schepen, terwijl de jury punten gaf voor originaliteit etc. De Woerden had er wel heel veel werk van gemaakt, door conform het pavoiseerplan aan een staalkabel, die van voren via de top van de mast naar achteren liep, afwisselend lege Grolsch en Heineken kratten op te hangen. Van het geschut op de bak werd een enorme fallus geconstrueerd. De loop werd in paradestand gezet, terwijl hij was omwikkeld met lakens en ouwe lappen. De eikel aan de top was rood geschilderd, zodat die er lekker uitsprong. Als testikels waren radarreflectoren gebruikt en de dek wasslang, die langs de loop gebonden was en uitmondde in de eikel, zorgde voor het nodige vocht. De bemanning stond aangetreden conform paradeerrol over de gehele stuurboordzijde. Het tenue was stropdas met regenjas. Toen het de beurt van de Woerden was en we als achterste schip de linie verlieten, gaf die ouwe bij het passeren van elk schip een signaal met de megafoon. Op dat moment trok eenieder als een potloodventer voor precies één seconde zijn regenjas open, waarna de schepen die we passeerden zich vergaapten aan het spandoek dat onder de brug was opgehangen met de tekst “Van Dijk’s toeren bracht ons langs vele hoeren.” Het grootste succes was dat de dames aan boord van de Alkmaar om een herhaling vroegen, die we hun uiteraard niet onthielden. Dus opnieuw gingen de jassen open. Ten slotte werden we beloond met een gedeelde eerste plaats.
Flensburg
Er restte ons nog slechts één haven: Flensburg. En uiteraard: toen het schip nog maar net was afgemeerd, liep ik met Ap König even het haventerrein op om ons te oriënteren. We kwamen terecht in het cafetaria van de Duitse basis, waar we al rap kennismaakten met een tweetal Duitse dames die daar werkten. Het toeval wilde dat ze juist klaar waren en ons wel wilden vergezellen naar het schip voor een drankje. We hadden ons eerste biertje nog niet opengetrokken toen de telefoon ging en de overste Notten aan onze commandant meldde dat het nog niet eens vastwerken was en de Woerden al weer wijven aan boord had. ‘Jaloers?’ Er werd verder geen aandacht aan besteed. Ik hoorde van die ouwe dat er aan boord van de Alkmaar een party voor officieren was. De gehele zijde welke tegen de kant lag, was afgeschermd met vlaggen. Dit om de privacy van de bezoekers te waarborgen en het geheel een wat intiemer karakter te geven. Ik trommelde de band bij elkaar en vertelde dat we ’s avonds op de steiger zouden optreden. Intussen had ik met Pimmetje, de hofmeester en verzorger van baas Notten, ruggespraak gehouden, want we zagen hem regelmatig in een jurk (sarong) lopen. Het leek me daarom wel aardig dat ik die, als leider van de band, tijdens ons laatste optreden aan zou hebben. Toen alle gasten op de Alkmaar zo’n beetje aanwezig waren, verzamelden wij ons op de steiger en via het bekende fluitsignaal trokken we de aandacht en vingen we aan met spelen. De vlaggen werden opzijgeschoven en naar wat ik later hoorde had eenieder genoten van dit optreden. Alleen baas Notten zag wat bekends, en wel zijn eigen sarong.
Met vraagtekens in zijn ogen keek hij commandant Van Dijk aan. Hij was tenslotte verantwoordelijk voor dat zooitje ongeregeld op die houten kut-
Ik hoop dat jullie van de bootsman (opperschipper b.d.) zijn verhalen genoten hebben. De verhalen zijn met toestemming overgenomen uit: “Who the Fuck is Frans van Es.”